NL economie groeit sneller dan andere landen

De Nederlandse economie groeit dit jaar ruim de helft sneller dan eerder gedacht. Daardoor zijn we al in het derde kwartaal volledig hersteld van de klap die de coronacrisis meebracht, denken economen van Rabobank. Geen groei van 2,3 procent dit jaar, maar van 3,8 procent. En volgend jaar geen 3,5 procent groei, maar 3,7 procent. Daar gaan de economen van Rabobank nu vanuit in het Economisch Kwartaalbericht. Dat betekent dat we sneller dan andere landen de coronacrisis achter ons kunnen laten. Eerder dacht Rabobank dat we pas in het vierde kwartaal weer op het niveau van vóór de coronacrisis zouden zitten, maar dat zal dus al drie maanden eerder zijn.

Versoepelingen

Voor het extra optimisme van de economen van Rabobank zijn meerdere redenen. Zo heeft het kabinet eerder dan gepland een aantal vergaande versoepelingen doorgevoerd. De horeca, bijvoorbeeld, mag langer open en we kunnen ook weer bij cafés en restaurants binnen zitten. Verder kunnen we weer gewoon winkels in. Een andere meevaller is dat vaccins ook lijken te werken tegen mutaties van het coronavirus.

Terug naar normaal in vierde kwartaal

Er blijft weliswaar sprake van onzekerheid, maar niettemin denkt Rabobank dat in het derde kwartaal alle lockdownmaatregelen worden afgeschaald en er in het vierde kwartaal geen beperkingen meer zullen zijn. In 2022 zal de economie terugkeren naar het groeitempo voordat corona uitbrak, aldus de economen.

Beter dan Duitsland, Frankrijk, Italië

Nederland steekt gunstig af in vergelijking met andere landen, verwacht de bank. De Duitse economie zal eind dit jaar volledig zijn hersteld van corona, Frankrijk pas medio volgend jaar en voor Spanje, Italië en het VK is dat nog een jaar later.

Positiever dan CPB en DNB

De verwachtingen van Rabobank steken positief af bij die van onder meer het CPB (Centraal Planbureau). Dat rekende in de raming van maart nog op een groei in 2021 van 2,2 procent en in 2022 van 3,5 procent. De Europese Commissie verwachtte in februari een groei in 2021 van 1,8 procent en van 3 procent in 2022. De Nederlandsche Bank (DNB) ging in april uit van een groei van 2,2 procent dit jaar en van 4,2 procent volgend jaar.

Einde nulurencontract en verhoging minimumloon

De vakbonden en werkgevers hebben op 1 juni overeenstemming bereikt over de hervorming van de arbeidsmarkt. In een nieuw advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) pleiten ze onder meer voor het afschaffen van nulurencontracten en zou werken via een tijdelijk contract maximaal nog maar drie jaar mogen duren. Ook zou het wettelijk minimumloon moeten worden verhoogd waarbij de koppeling aan uitkeringen in stand blijft.

De ingrepen zijn volgens de sociale partners nodig omdat er in Nederland sprake is van toenemende ongelijkheid en maatschappelijk ongenoegen. In het SER-advies dringen ze er daarom op aan dat een nieuw kabinet fors gaat investeren in wat ze noemen ‘brede welvaart’. Dat betekent zekerheid van werk en inkomen, toekomstig verdienvermogen, sterke publieke dienstverlening en een duurzaam leefklimaat.

Als het aan bonden en werkgevers ligt komen er straks drie soorten werknemers, mensen met een vast contract, uitzendkrachten en zzp’ers. Nul-urencontracten en constructies als payrolling verdwijnen helemaal. Uitzendwerk wordt beperkt tot vervanging van zieke werknemers en bij drukke periodes als extra personeel nodig is. Bovendien wordt het beperkt tot maximaal drie jaar. Daarna moet iemand een vast contract krijgen. Nu is die termijn nog 5,5 jaar. In het huidige systeem mag een uitzendkracht binnen 1,5 jaar van de ene op de andere dag worden ontslagen. Die termijn wordt verkort naar twaalf maanden.

‘Welvarend en gelukkig’

De SER zegt dat Nederland gemiddeld een welvarend en gelukkig land is, maar dat er wel spanningen in de samenleving zijn door toenemende kansenongelijkheid en veel mensen minder grip ervaren op hun toekomst en leefomgeving. Volgens de SER moet Nederland herstellen van de coronacrisis die bovendien zowel het belang als de kwetsbaarheid van vitale sectoren heeft onderstreept. Tegelijkertijd staat Nederland aan de vooravond van een aantal grote veranderingen zoals de energietransitie, de introductie van nieuwe technologieën, digitalisering en de vergrijzing. ,,Deze fundamentele veranderingen zullen veel vragen van ons aanpassingsvermogen”, aldus de SER.

Ingrid Thijssen en Jacco Vonhof, voorzitters van werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB Nederland, hadden onlangs al aangeven dat ze voor de zomer tot een akkoord wilden komen over de arbeidsmarkt. Eigenlijk zou de SER, waarin werkgevers en werknemers vertegenwoordigd zijn, hierover eind vorig jaar met een advies komen. De reactie van de SER werd evenwel uitgesteld wegens corona en ook het inmiddels demissionaire kabinet kwam er door de epidemie niet meer aan toe.

Aanleiding van het polderoverleg was het rapport van de commissie-Borstlap, dat een groot aantal aanbevelingen bevatte om de scheve arbeidsmarkt recht te trekken, waaronder meer zekerheid voor flexwerkers. Het nieuwe kabinet moet uiteindelijk besluiten nemen over de positie van werknemers en zelfstandigen.

De SER adviseert verder het onderwijs en bijvoorbeeld de kinderopvang te verbeteren en vindt dat er grotere investeringen moeten worden gedaan in kennis en innovatie, digitalisering en nieuwe technologieën, infrastructuur en verduurzaming. Investeringen zijn volgens de raad ook noodzakelijk voor een goed functionerende en toegankelijke publieke sector. Tevens blijft overheidsondersteuning nodig voor het herstel van de economie, zolang dit herstel nog kwetsbaar is. Daarbij is zorgvuldigheid nodig bij het afbouwen van de steunmaatregelen. Lastenverzwaringen en bezuinigingen zijn onverstandig en een goede timing en maatwerk zijn volgens de SER cruciaal.

Crisis bevordert diversiteit directies

Zowel het aantal vrouwen als professionals met een niet-Nederlandse achtergrond neemt toe in de top van het bedrijfsleven. Dit door internationalisering, door quota en door de coronacrisis. Volgens Van der Groen staan vrouwen steeds vaker op de kandidatenshortlist voor executive functies, maar groeit dat aantal niet explosief. Van der Groen: “Uiteindelijk wordt nu zo’n 15 procent van de executive vacatures die ik bemiddel door een vrouw vervuld.”

Het beeld van mondjesmaat vooruit met diversiteit komt ook naar voren uit de Bedrijvenmonitor Topvrouwen 2020, die in januari 2021 verscheen. Het gemiddeld aandeel vrouwen in de raad van bestuur van grote vennootschappen steeg van 7,4 procent in 2013 naar 12,4 procent in 2020. In de raad van commissarissen steeg het gemiddeld aandeel vrouwen over dezelfde periode iets sneller: van 9,8 naar 20,4 procent. Desondanks had zeven jaar na de invoering van het wettelijk streefcijfer twee derde van de grote vennootschappen nog helemaal geen vrouw in de RvB en twee vijfde geen enkele vrouw in de RvC.

Balans werk en privé

Een van de voornaamste redenen waarom vrouwen niet vaak genoeg doorstromen naar topfuncties is omdat zij vaker in deeltijd werken en minder overuren draaien. De publieke sector, waar een betere balans is tussen werk en privé en waar meer flexibiliteit is, loopt dan ook voorop als het gaat om vrouwen aan de top. Juist deze flexibiliteit sijpelt volgens Van der Groen nu ook door in het bedrijfsleven vanwege de coronacrisis. “In de publieke sector werd flexibel werken voorheen makkelijker geaccepteerd dan bijvoorbeeld bij een Angelsaksische multinational. Maar door corona richt nu iedereen zijn tijd meer zelf in. Omdat we thuiswerken, of noodgedwongen omdat we de kinderen overdag moeten lesgeven.” Van der Groen verwacht niet dat deze trend na de pandemie verandert. Hij ziet nu al dat het bedrijfsleven flexibeler wordt als het gaat om de indeling van de eigen tijd en thuiswerken, waardoor de eisen van de private sector beter aansluiten op de wensen van vrouwen in executive posities.   

Zorgt dit model, in combinatie met een quotum, straks voor meer vrouwen aan de top van het bedrijfsleven, dan wordt het ook makkelijker om in de toekomst een meer diverse boardroom samen te stellen. Van der Groen: “Bij eindverantwoordelijke posities is het belangrijk dat je de industrie al kent. Omdat het percentage topvrouwen in de publieke sector en de zorgsector al jaren hoog ligt, is het makkelijker om daar iemand op directieniveau te benoemen die bijvoorbeeld van een andere organisatie overkomt. Hoe meer vrouwen in de toekomst in het bedrijfsleven topfuncties bekleden, hoe makkelijker het wordt om executive vacatures door vrouwen te laten vervullen.”

Internationalisering en globalisering

Verdergaande internationalisering en globalisering bieden kansen voor topmensen met een niet-Nederlandse achtergrond. Van der Groen zag dit in de zijn eigen werkgebied gebeuren door de opkomst van ‘Brainport Eindhoven’. “Toen ik als headhunter begon in Eindhoven in 2006 was er sprake van een zeer regionale arbeidsmarkt. Nu zit er een groot cluster technologische topbedrijven dat snel en internationaal werkt. Daarmee krijg je meer exposure op de mondiale markt en trek je een grotere groep executives aan met een internationale achtergrond.”

De toename van het aantal internationale studenten in het Nederlands hoger onderwijs zorgt volgens Van der Groen ook voor een (toekomstige) groei in het aantal executives met een meer diverse achtergrond. In 2018-2019, het laatste gehele studiejaar voor de coronacrisis, volgden 85.955 buitenlandse studenten uit 170 landen in Nederland een volledige studie, 11,5 procent van het totaal aantal ingeschreven studenten. Een jaar eerder was dat nog 10,5 procent.

Een deel van deze studenten blijft ook na de studie in Nederland wonen en werken. Volgens Van der Groen zijn dat professionals met veel drive, ondernemerschap en ambitie. Hij ziet het aantal internationale kandidaten voor executive posities dan ook steeds meer toenemen. Inmiddels heeft vaak de helft van zijn shortlist een niet-Nederlandse achtergrond. En bedrijven zien deze groep graag komen.

Van der Groen: “Heel veel bedrijven, groot, middelgroot of MKB, hebben tegenwoordig klanten en leveranciers van over de hele wereld. Dan moet je ook diverse culturen hebben binnen je organisatie. Zijn er alleen maar Nederlanders in jouw bedrijf en doe je bijvoorbeeld veel zaken met China, dan behaal je volgens mij nooit een optimaal bedrijfsresultaat.”

Bron: Financieelmanagement.nl

7 trends op de arbeidsmarkt in 2021

De gebeurtenissen van afgelopen jaar hebben grote impact op de arbeidsmarkt van dit jaar. COVID-19, oftewel corona, heeft erg veel impact op het dagelijks leven, op de economie en op de arbeidsmarkt. Maar wat staat ons nog meer te wachten in de komende maanden? Onderstaande trends op de arbeidsmarkt laten zien waarop je je nu al voor kunt bereiden

#1. COVID-19

In januari vorig jaar hadden sommigen er wellicht al iets over gehoord, maar niemand kon voorspellen wat ons te wachten stond. Van economische voorspoed gaat Nederland in ongekend korte tijd door de coronacrisis naar een sterke krimp.

De Nederlandse economie is afgelopen jaar met 4,3 procent gekrompen. Voor 2021 wordt dan weer gerekend op een economische groei met 3 procent, maar deze komt langzaam op gang en is sterk afhankelijk van de versoepeling van de maatregelen.

#2. Veel (jeugd)werklozen

De coronacrisis zorgt voor onzekerheid in heel veel sectoren. Ondanks dat er branches zijn die beter presteren dan ooit, zijn er veel bedrijven die moeten reorganiseren of (tijdelijk) de deuren moeten sluiten. Door deze ontwikkelingen stijgt de werkloosheid sterk.

De grootste stijging van werkloosheid vindt plaats onder jongeren. Tijdelijke contracten en werken als uitzend- of oproepkracht verliezen in lastige tijden meestal als eerste hun baan. Ook werken zij veel in de sectoren die hard getroffen zijn door de maatregelen, denk hierbij aan de horeca.

#3. Generatie wisselingen

Een ontwikkeling die zorgt voor verschuiving op de arbeidsmarkt is de wisseling van generaties. In de komende 8 jaar gaan er 1,9 miljoen babyboomers uit de arbeidsmarkt en komen er slechts 1,6 miljoen nieuwe werknemers de markt op. Dit zorgt voor grote demografische veranderingen op de werkplek en voor een toename van vacatures en ruimte op de arbeidsmarkt.

Nadeel is dat de toename van gepensioneerden de economie flink belast. Daarbij nemen veel babyboomers afscheid in de techniek, de zorg en het onderwijs. Vacatures in deze sectoren zijn al lastig te vervullen en dit zal waarschijnlijk alleen maar toenemen.

#4. Werven en omscholen

Als de eerste drie trends worden samengevat bestaat 2021 uit een economie met veel onzekerheid en maatregelen met flinke impact voor veel sectoren. De vraag naar werknemers valt in sommige sectoren weg, terwijl de vraag in andere sectoren toeneemt. Er ontstaat een arbeidsmarkt met aan de ene kant steeds meer werklozen, maar aan de andere kant een toename van de krapte in andere sectoren.

Werkgevers zullen er in 2021 rekening mee moeten gaan houden dat de werkervaring en opleidingen van werkzoekenden minder goed aansluiten bij de openstaande vacatures. Een ontwikkeling binnen de werving van nieuwe mensen is dat er meer focus komt te liggen op de soft skills.

De trend die op deze hybride arbeidsmarkt inspeelt en steeds vaker naar voren komt is omscholen. Opleiden en omscholen wordt extra belangrijk en in vacatureteksten zullen vaker trainingen en opleidingsbudgetten worden opgenomen.

#5. Videosolliciteren en onboarding

Nog een gevolg van corona op de arbeidsmarkt is het veranderende sollicitatieproces. Hoe werkt het werven in een samenleving waarbij er wordt aanbevolen om persoonlijke contacten tot een minimum te beperken?

Een trend die waarschijnlijk nog wel even doorzet is dat veel werkgevers en recruiters om gezondheids- en veiligheidsrisico’s overschakelen op videogesprekken. In deze tijden is videosolliciteren niet alleen een handig alternatief voor een face-to-face sollicitatiegesprek, het is de nieuwe standaard. Dit vergt flexibiliteit van zowel de werkgever als de werkzoekende. Mocht je op zoek zijn naar een nieuwe uitdaging is het cruciaal om op de hoogte te zijn hoe dit allemaal werkt.

#6. Groei werkplatforms

Genoeg over de gevolgen van corona. Een ontwikkeling die steeds belangrijker wordt en zijn opmars in 2021 verder doorzet is de groei van werkplatformen. Platformen zoals FlexHero, Freelance en Temper waarbij opdrachten direct bij potentiële uitvoerders komen te liggen. Deze manier van ondernemen groeit sterk in populariteit.

Digitale platformen versnellen dit door vraag en aanbod slim met elkaar te matchen. In de Verenigde Staten staat dit bekend onder de naam ‘gig economy’ of in het Nederlands platformeconomie. Deze trend zal ook in dit jaar weer sterk doorzetten.

#7. Technologische ontwikkelingen

De digitale wereld zit nooit stil en ook in dit jaar gaat er weer doorontwikkeld worden.

Google for Jobs

Het is in 2020 dan eindelijk naar Nederland gekomen en het zal in 2021 een steeds groter onderdeel worden van het vacaturelandschap. 73 procent van de werkzoekenden start de zoektocht naar een nieuwe baan op Google en Google for Jobs gaat hier leider in zijn. De techniek en mogelijkheden zullen in 2021 zeker geoptimaliseerd worden.

Solliciteren via WhatsApp

Met ruim 12 miljoen gebruikers is Whatsapp duidelijk de lijstaanvoerder van de sociale media in Nederland. Niet gek ook dat steeds meer werkgevers en recruiters kandidaten de kans geven om te solliciteren via het middel.

Video in recruitment

Het gebruik van video’s in recruitment blijft toenemen. Kanalen zoals TikTok, Instagram Reels of LinkedIn Stories, spelen in op de populariteit van video’s. Of het nu voor de werving van nieuwe mensen is of voor Employer Branding, steeds vaker wordt video ingezet.

Artificial Intelligence

Artificial Intelligence (in het Nederlands: kunstmatige intelligentie) is een concept waarbij computers taken uitvoeren waar normaal gesproken menselijke intelligentie voor nodig is. Tegenwoordig wordt Artificial Intelligence ook steeds vaker ingezet om het recruitmentproces te versnellen. Deze groei zal ook in 2021 doorgaan.

Bron: wetalent.nl

Coronabanen’ helpen uitzenders door de crisis

Veel zakelijke dienstverleners hebben inmiddels hun ritme gevonden in de nieuwe werkelijkheid. Uitzendkrachten en beveiligers worden volop ingezet bij test- en priklocaties en schoonmakers in ziekenhuizen. De vraaguitval is hierdoor minder heftig dan in 2020 maar nog steeds aanzienlijk. Pas in de tweede helft van het jaar profiteert de gehele sector van de aantrekkende economie.

Uitzendbranche maakt vliegende start

De uitzendbranche heeft in de eerste maand van dit jaar een vliegende start gemaakt. Ondanks de lockdown steeg het aantal uitzenduren ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Met name administratieve uitzendbanen zijn explosief gegroeid. Deze groei is enigszins vertekend doordat vorig jaar januari de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) van kracht werd waardoor het aantal uitzenduren die maand sterk daalde. Dit neemt niet weg dat deze groei een bevestiging is dat de uitzendmarkt herstellende is. Dit herstel werd in het vierde kwartaal van vorig jaar ingezet en zet krachtig door. De stijging is temeer opvallend omdat Nederland momenteel midden in de tweede lockdown zit en er vorig jaar in deze periode nog geen vuiltje aan de lucht was. Deze groei staat in schril contrast met de wijze waarop de uitzendsector vorig jaar de lockdown heeft gevoeld.

Verschuiving van werk

Dat het aantal uitzenduren de afgelopen maanden herstelde heeft verschillende oorzaken. Ten eerste heeft een verschuiving plaatsgevonden in het type uitzendbanen. Ondanks de lockdown is er veel werk, maar niet in alle traditionele uitzendsectoren. Door uitzendkrachten te plaatsen op plekken waar de vraag is toegenomen, zoals bij callcenters, priklocaties, teststraten en distributiecentra, heeft de branche zich inmiddels herpakt. Ook heeft de industrie, goed voor bijna een kwart van de uitzendbanen, volle orderportefeuilles. Tevens is de vraag naar medisch uitzendpersoneel sterk toegenomen. De tweede verklaring voor deze groei is dat de uitzendbranche momenteel profiteert van de ruimere arbeidsmarkt. In januari van vorig jaar was dit nog heel anders. De arbeidsmarkt was toen extreem krap, waardoor het lastig was om uitzendpersoneel te vinden. Om deze reden was het aantal uitzenduren al voor de uitbraak van de coronacrisis dalende.

Gunstige vooruitzichten

De vooruitzichten voor uitzenders zijn positief voor de tweede helft van het jaar, wanneer de coronabeperkende maatregelen grotendeels zijn afgebouwd. Uitzendbanen zullen dan weer verschuiven naar meer traditionele uitzendsectoren. Ook profiteert de branche dan van de macro-economische vooruitzichten. Met een hoge werkloosheid, ruimere arbeidsmarkt en een economische groei van boven de 2 procent is sprake van een goede uitgangsituatie voor uitzenders. In de onzekere nasleep van de coronacrisis verkiezen werknemers veelal flexibele arbeid boven vast. Dit leidt tot een groeiverwachting van 6 procent. Hoewel dit een forse groei is, is de branche daarmee nog niet terug op het niveau van voor de coronacrisis.

Uitdagingen

Hoewel de branche profiteert van de economische groei, zijn er structurele uitdagingen. Zo daalt door automatisering het aantal banen waarvoor een lage scholing voldoet. Dit zijn de banen waar de uitzendbranche zich traditioneel sterk op richt. Ook neemt binnen de flexibele schil het aandeel van uitzendkrachten af ten gunste van  tijdelijke arbeidscontracten en zzp’ers. Daarbij beconcurreren onlineplatformen de uitzendbranche in toenemende mate. Vorig jaar heeft de commissie Borstlap  aanbevelingen gedaan die tot een meer bescherming van flexibele arbeidsrelaties moeten leiden. Ook is er de wens om het verschil tussen vaste en flexibele arbeid te verkleinen. Specifiek voor uitzenders wordt aanbevolen om het uitzendbeding substantieel te verkorten. Op deze manier wordt voorkomen dat uitzendkrachten op structurele basis worden ingezet. Het is nog ongewis welke aanbeveling het nieuwe kabinet zal overnemen. Maar dat de flexbranche te maken gaat krijgen met nieuwe spelregels lijkt onvermijdelijk.

Onzekerheid houdt flexbranche in zijn greep

De flexbranche is hard geraakt door de coronacrisis, maar kan ook snel herstellen zodra de economie weer aantrekt. In 2021 laat de sector een krachtig herstel zien na de sterke volumedaling in 2020 en neemt het volume in 2021 met circa 10%.  Tijdens eerdere crises is immers gebleken dat veel bedrijven in geval van groei bij voorkeur eerst flexibel personeel inhuren in plaats van direct vast personeel in dienst te nemen.

Sterke krimp uitzenduren in tweede kwartaal

De volumedaling in de flexbranche is eind 2019 ingezet. In eerste instantie nam het aantal uitzenduren af door de krapte op de arbeidsmarkt, waardoor het moeilijker werd om geschikt personeel te vinden. In het tweede kwartaal van 2020 daalde het aantal uitzenduren, ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder, met 22% als gevolg van de lockdown die in maart werd ingevoerd. In het derde en vierde kwartaal van 2020 is de krimp naar verwachting weliswaar minder groot, maar nog altijd substantieel.

Aantal flexwerkers daalt met 200.000

Het aantal werknemers met een flexibel dienstverband, waaronder uitzend- en oproepkrachten, is in 2020 sterk afgenomen. In het derde kwartaal waren er 1,7 miljoen werknemers met een flexibel contract, 200.000 minder ten opzichte van eind 2019. De daling komt niet overigens niet alleen door de coronacrisis, maar deels ook door de krappe arbeidsmarkt eind 2019, waardoor meer mensen een vast contract kregen.

Flexwerkers worden als eerste ontslagen

Zoals ook de coronacrisis laat zien is het met name het flexibele personeel dat in tijden van economische crisis als eerste de klappen opvangt. Uit eerder onderzoek bleek al dat uitzendkrachten, naast zzp’ers, het belangrijkste stootkussen zijn om economische schokken op te vangen. Bovendien zijn er relatief veel uitzendkrachten werkzaam in sectoren die hard werden geraakt door de coronacrisis, zoals de horeca, luchtvaart en de non-food detailhandel

Arbeidsmarkt minder gespannen

Waar de sector in 2019 en begin 2020 nog kampte met een krappe arbeidsmarkt, is de spanning in de loop van 2020 door de coronacrisis in rap tempo afgenomen. Zo waren er eind 2019 met 1,1 werklozen per openstaande vacature bijna evenveel vacatures als werklozen. Dit maakte het voor uitzendorganisaties moeilijk om voldoende geschikte uitzendkrachten te vinden. Inmiddels is de keuze aanzienlijk ruimer met in het derde kwartaal bijna 2 werklozen per openstaande vacature. Met een oplopende werkloosheid zal de spanning op de arbeidsmarkt in 2021 nog verder afnemen.

Minder sterke omzetval dankzij hogere tarieven

Net als het volume daalde ook de omzet in de uitzendbranche in 2020, zij het minder sterk. Dit komt doordat er hogere tarieven in rekening werden gebracht, als gevolg van de invoering van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) per 1 januari 2020. De wet is bedoeld om een vast contract minder vast te maken en een flexibel contract minder flexibel. Door de wet werd alle flexibele arbeid duurder. Zo stegen de kosten voor een uitzendkracht gemiddeld met 5%. Ook payrolling werd voor bedrijven duurder en daarmee minder aantrekkelijk. Volgens de WAB heeft een payroller recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als een werknemer die direct in dienst is bij het bedrijf. Meerdere payrollbedrijven zijn daarom overgestapt naar een uitzendmodel.

Flexibiliteit heeft zijn prijs

De flexibele schil van personeel is in coronatijd voor veel bedrijven de redding geweest. Ook in de toekomst blijft de behoefte aan een flexibele schil bestaan, zo blijkt uit de conjunctuurenquête van het CBS. Eén op de zeven bedrijven geeft aan dat ze vanwege de coronacrisis een flexibeler personeelsbestand willen opbouwen. Dit maakt bedrijven wendbaarder doordat ze sneller in personeel kunnen op- en afschalen wanneer dat nodig is en vergroot daardoor de overlevingskansen van bedrijven. De vraag is alleen of, en in hoeverre, bedrijven bereid zijn een hogere prijs te betalen voor meer flexibiliteit.

Donkere wolken boven de flexbranche….

Naast de coronacrisis en de WAB heeft de sector de handen vol aan een aantal andere uitdagingen. Zo staat het verdienmodel onder druk door concurrentie van zzp’ers en online platformen, zijn er misstanden in de huisvesting van arbeidsmigranten en is er sprake van doorgeschoten flexibiliteit.

…maar ook zeker kansen

Daarentegen zijn er ook volop kansen voor de flexbranche. Zoals al eerder aangehaald blijft de behoefte aan een flexibele schil ook in de toekomst bestaan. Verder zorgt het coronavirus er voor dat bepaald werk verandert of zelfs geheel verdwijnt, waardoor omscholing en het van werk naar werk begeleiden van flexkrachten steeds belangrijker wordt voor bijvoorbeeld uitzendorganisaties.

Nieuwe regelgeving voor de arbeidsmarkt

Mogelijk komt er in de loop van 2021 nieuwe, en strengere, regelgeving om flexwerkers beter te beschermen en een gelijker speelveld op de arbeidsmarkt te creëren. Dit zal naar verwachting mede worden gebaseerd op de aanbevelingen die de commissie Borstlap begin 2020 heeft opgesteld. De aanbevelingen zijn niet allemaal even positief voor de flexbranche. Zo wordt bijvoorbeeld voorgesteld om het uitzendbeding op 26 weken te maximeren in plaats van de huidige 78 weken. Dit om uitzendwerk alleen in te zetten voor ziek & piek en niet langer voor werk op structurele basis. 

Onzekerheid houdt sector in zijn greep

Kortom, de flexbranche gaat een onzekere tijd tegemoet. Hoewel de sector in 2021 naar verwachting een krachtig herstel laat zien, zal de flexbranche vanwege alle ontwikkelingen en de daarmee gepaard gaande onzekerheden, eind 2021 nog niet terug zijn op het pre-corona niveau van eind 2019.

Dit artikel werd gepubliceerd op ing.nl

Uitzendbranche herstelt opmerkelijk snel

Uitzendkrachten zitten bij reorganisaties als eerste op de schopstoel, zo bleek in maart. Maar door de aard van de coronacrisis vinden ze ook weer snel een baan.

Veel uitzendkrachten die aan het begin van de crisis werkloos raakten, vonden de afgelopen drie maanden weer een baan. Dat ziet branchevereniging ABU. “Het aantal uren dat uitzendkrachten werken loopt op. We kunnen zelfs voorzichtig spreken van een V-curve”, zegt directeur Jurriën Koops. Volgens arbeidsdeskundigen zijn uitzendkrachten normaal een goede graadmeter voor de banenmarkt, zij zijn namelijk de eersten die weer worden aangenomen als het economisch beter gaat.

Dat het goed gaat met de uitzendbranche blijkt ook de laatste kwartaalcijfers van Randstad, het grootste uitzendbureau van ons land. “Van de 18.000 uitzendkrachten die in Nederland werkloos raakten door corona, zijn ruim 14.000 alweer aan het werk”, zegt topman Jacques van den Broek trots.

Volgens Van den Broek heeft dat alles te maken met de aard van de coronacrisis. Anders dan tijdens vorige crisis zijn er nu nog flink wat sectoren waar het goed of zelfs heel goed gaat. Hij noemt de gezondheidszorg, de techniek, de ict, retail en foodsector. En dan is er ook nog de piek in de logistiek aan het einde van dit jaar rond de feestdagen. Daar is werk, en dat biedt kansen, zegt de topman.

Snel omschakelen

“Vissen waar de vis zit”, noemt hij dat. Dat de uitzendbranche in het midden van een crisis lijkt te herstellen verbaast arbeidsmarktkenners wel. Normaal herstelt de uitzendbranche zich pas als er tekenen zijn dat het met de hele economie beter gaat. Al kan Rob Witjes, hoofd arbeidsmarktinformatie van uitkeringsinstantie UWV het nog wel enigszins verklaren. “Uitzendbedrijven zijn flexibel en kunnen daardoor snel omschakelen naar sectoren waar vooral werk van tijdelijke aard is, dat komt ze nu heel goed van pas.”

Hij verwacht dat er de komende tijd nog wel wat werk bij zal komen. “Uitzendkrachten kunnen worden ingezet voor het tijdelijk overnemen van taken van mensen die in quarantaine moeten of thuis moeten wachten op de uitslag van hun coronatest.”

Dat de uitzendbranche zo snel herstelt is een trendbreuk als je kijkt naar het verloop van een klassieke economische crisis, zoals de kredietcrisis in 2009 en de eurocrisis in 2011, zegt Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt. “Toen waren ontwikkelingen in de uitzendbranche een goede graadmeter voor de ontwikkelingen op de rest van de arbeidsmarkt. Als het goed ging in de uitzendbranche, volgende de rest van de arbeidsmarkt vanzelf. Nu is dat anders omdat de crisis is ontstaan door acuut overheidsingrijpen in bepaalde sectoren”, aldus de hoogleraar.

Banen voor de langere termijn

Het herstel van de uitzendbranche wil nog niet meteen zeggen dat de hele arbeidsmarkt er binnenkort beter bij ligt, zegt Rob Witjes. “Het lijkt er dit keer niet op dat het uitzendwerk dat nu beschikbaar is, gaat leiden tot banen voor de langere termijn. Het gaat nu vooral om tijdelijke klussen, zo zullen de bron- en contactonderzoekers – zodra er een vaccin is – verdwijnen.” Verder vreest Witjes dat als de coronamaatregelen langer aanhouden of verder verscherpt worden, meer sectoren in de problemen zullen komen en dat raakt dan ook weer de uitzendsector.

Wilthagen: “Daarbij zullen ook de ontwikkelingen in andere landen een rol spelen. Het gaat nu bijvoorbeeld goed in de technische industrie maar als zij geen onderdelen meer kunnen importeren of exporteren omdat andere landen weer in lockdown gaan, heeft dat ook weer gevolgen voor de werkgelegenheid.”

Ook Randstad blijft voorzichtig in zijn voorspellingen voor volgend kwartaal. “De sectoren zoals de horeca, catering en luchtvaart die tijdens de eerste golf zijn geraakt, blijven geraakt”, aldus Van den Broek. Hij is wel positief over de kansen om mensen die bijvoorbeeld rond Schiphol werkten aan ander werk te helpen. “Ik denk dat we 70 procent tot 80 procent van de werknemers kunnen helpen.”

Bron: Trouw 21 oktober 2020

De veranderende rol van de backoffice professional

Uit het Trendonderzoek Salarisprofessionals 2020, dat NIRPA jaarlijks laat uitvoeren onder salarisprofessionals, kwam een belangrijke doorzettende trend naar voren: die van de groeiende adviesrol voor salaris- en backofficeprofessionals. Steeds meer salarisprofessionals krijgen bovendien te maken met de salarisverwerking van flexibele arbeid en ervaren een hoge werkdruk als gevolg van de complexe wet- en regelgeving rondom flexibele arbeidsrelaties.

Specifieke wet- en regelgeving omtrent flex is zo complex geworden dat dit echt vraagt om aanvullende kennis ten aanzien van flexibele arbeidscontracten. Uit het trendonderzoek blijkt dat 38% van de respondenten extra scholing verwacht nodig te hebben omtrent verloning gerelateerd aan flexibele arbeidscontracten.

“We zijn allemaal benieuwd hoe ‘de wereld’ er post-corona uit gaat zien, maar daarnaast zijn er de komende periode nog de nodige wijzigingen te verwachten voortvloeiend uit bijvoorbeeld de adviezen van het aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten, en de commissie Borstlap,” vertelt Barbara Kramer, manager van de Stichting Examens Uitzendbranche (SEU). “Als gevolg van de invoering van de WAB kijken ‘reguliere’ bedrijven kritisch naar de invulling van hun flexibele schil, maar ook uitzendorganisaties kijken actief wat binnen de uitzend-cao de mogelijkheden zijn om uitzendkrachten meer perspectief te bieden.”

‘Blijven doorontwikkelen is een investering in jezelf en je eigen toekomst’

Marcel van der Sluis, directeur van het Nederlands Instituut Register Payroll Accounting (NIRPA):“De adviesrol van salarisprofessionals wordt steeds groter, een trend die al jaren doorzet. Niet alleen naar de klant, maar ook binnen de organisatie wordt er steeds meer een beroep op hen gedaan. Veel informatie komt samen bij de salarisverwerking. Er zit veel kennis bij deze professionals, daar kan vanuit financieel management en HR meer een beroep op worden gedaan.Die meer adviserende adviesrol van salaris- en backofficeprofessionals vraagt ook om het ontwikkelen van competenties zoals communicatie en adviesvaardigheden.”

Marcel: “Salaris- en backofficeprofessionals moeten zich bewust zijn van het belang om te investeren in hun eigen ontwikkeling en toekomstperspectief. Iedere cursus of opleiding die je doet, is écht een investering in je eigen toekomst. Daarmee creëer je kansen en mogelijkheden om binnen het vakgebied door te groeien. De ontwikkelingen in de salarisverwerking volgen elkaar in rap tempo op, aangejaagd door wet- en regelgeving en de software.

Zorg altijd dat je kunt aantonen over parate vakkennis te beschikken bij je huidige en mogelijk toekomstige werkgever. Een opleiding en diploma van een erkend instituut is altijd een waardevolle aanvulling – voor jezelf én voor je CV.”

Minder aantrekkelijke zorg zorgt voor vacaturedruk

Het aantal unieke (online) vacatures in de zorg is, na een dip in het tweede kwartaal van 2020 (-8%), weer terug op het niveau van voor de coronacrisis. In vergelijking met 2019 is de vacaturedruk onder zorgprofessionals verder gestegen en heeft iedere actieve baanzoeker keuze uit maar liefst vijf vacatures. Vorig jaar was deze verhouding nog 4:1.

Zorg minder aantrekkelijk

Het percentage ‘niet-zorgprofessionals’ dat de zorg een aantrekkelijke sector vindt om in te werken,  zakte tussen het eerste en tweede kwartaal van 2020, met een vijfde. De vacaturedruk liep het afgelopen jaar dan ook verder op maar de aantrekkelijkheid van de zorgsector daalde, mede door de coronacrisis, fors.

Onder zorgprofessionals ziet men een vergelijkbare ontwikkeling. Voor 30% van hen was in 2018 het ‘niet verlengen van een aflopend contract’ de belangrijkste reden om van baan te veranderen. In 2019 waren vooral ‘ontevredenheid’ (35%) en ‘behoefte aan een nieuwe uitdaging’ (20%) de belangrijkste redenen. “De zorg heeft het afgelopen jaar onder een vergrootglas gelegen. In het begin lag de focus op “onze helden in de zorg”, werkzekerheid en vitale beroepen. Daarna werden vooral de forse werkdruk, onderbezetting en salaris- en beloningsperikelen in de Tweede Kamer belicht”, zegt Roders. “Tijdens de eerste golf was de loyaliteit hoog en de mobiliteit laag, maar het deels uitblijven van structurele waardering en de toenemende werkdruk maakt dat de loyaliteit afneemt en de mobiliteit hoger wordt, getuige ook het aantal openstaande vacatures.”

Veel onvrede

Door de huidige krapte ligt de focus vaak op werven, maar binding is minstens zo belangrijk. Het salaris en andere vormen van waardering zijn hierbij van cruciaal belang. Er is op dit vlak veel onvrede onder zorgprofessionals en dat zou een verklaring kunnen zijn voor de forse stijging van het aantal zzp’ers.” Na een sterke stijging in 2019 (+11%) is het aantal zzp’ers in de zorg ook het afgelopen jaar fors toegenomen (+18%). Van alle Nederlandse zorgprofessionals is inmiddels ruim tien procent zzp’er.

Zorgprofessionals online onzichtbaar

Slechts 7% van alle zorgprofessionals is op dit moment actief op zoek naar een baan, tegenover 12% van de Nederlandse beroepsbevolking. Bijna twee derde van de zorgprofessionals zegt ondanks de hoge vacaturedruk het afgelopen jaar niet te zijn benaderd voor een nieuwe baan en dat is opmerkelijk. De zorgsector heeft te maken met een zeer gespannen arbeidsmarkt en er zou actief moeten worden gezocht naar talent maar dat is niet tot nauwelijks het geval. Een belangrijke verklaring hiervoor lijkt de beperkte online aanwezigheid van zorgprofessionals. Zo is maar 16% van hen online vindbaar voor bemiddelaars en/of werkgevers en gebruikt slechts een kwart van de zorgprofessionals LinkedIn bij de oriëntatie op een nieuwe baan. Onder de Nederlandse beroepsbevolking bedragen deze percentages 19 en 31%.

Vrouwelijke ZZP’er vaker economisch zelfstandig

Tussen 2011 en 2019 werden zzp’ers steeds vaker economisch zelfstandig. En mannelijke zzp’ers verdienen weliswaar vaker het bestaansminimum dan vrouwen, vrouwelijke ondernemers zijn hard bezig om dat verschil te verkleinen.

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat iets meer dan 80 procent van de mannelijke zzp’ers economisch zelfstandig is.  Dat percentage is de afgelopen tien jaar nauwelijks gestegen. Vrouwelijke zzp’ers verdienen misschien wel minder vaak het bestaansminimum, ze zijn wel flink bezig met een inhaalslag.

In 2011 was ongeveer de helft van alle vrouwelijke zzp’ers economisch zelfstandig. Dat ben je als je netto inkomen 70 procent of meer is dan het wettelijk minimumloon. In 2019 bedroeg de grens voor economische zelfstandigheid 990 euro per maand. Inmiddels is 61% van de vrouwelijke ZZP érs economisch zelfstandig, maar vergeleken met 2011 was de groei bij hen het sterkst. Tijdens deze periode daalde het verschil tussen mannen en vrouwen van 32 tot 24 procentpunt onder de zzp’ers. Dat het aantal economisch zelfstandigen stijgt, komt dus vooral door hen.

Sterkere groei onder vrouwen

Het CBS presenteerde op 3 november cijfers over de economische zelfstandigheid van werknemers, zzp’ers en zelfstandigen met personeel (zmp’ers). Hieruit bleek dat vrouwen in alle groepen minder vaak economisch zelfstandig zijn, maar dat de groep die een bestaansminimum verdient flink groeit. Ook onder zmp’ers en werknemers was de groei bij mannen minder sterk dan bij vrouwen.

Mannen werken (nog steeds) vaker fulltime

Bij zzp’ers zijn de verschillen nog steeds het grootst. De organisatie voor samenwerking en ontwikkeling tussen rijke industrielanden, de OESO, zette de mediane inkomsten van zelfstandig ondernemers en werknemers naast elkaar. Daaruit bleek dat  mannelijke zzp’ers in Nederland nog altijd gemiddeld 33 procent meer verdienden dan vrouwen. Dat vrouwen minder vaak een inkomen op minimaal bijstandsniveau verdienen, komt volgens het CBS vooral doordat mannen meestal fulltime werken en vrouwen parttime.

Verschillen per sector

Zelfstandig professionals in de financiële dienstverlening zijn het vaakst economisch zelfstandig. Zzp’ers in de sectoren ‘cultuur, sport en recreatie’ en ‘overige dienstverlening’ zijn dat het minst.

De man-vrouwverschillen zijn relatief klein in de horeca, vervoer en opslag, en de land- en bosbouw. Met 28 procentpunt in 2019 was het verschil het grootst in de overige dienstverlening. In die categorie vallen bijvoorbeeld kappers en schoonheidsspecialisten, beroepen met een relatief laag inkomen.

Ook in de gezondheid- en welzijnszorg verdienen mannen vaker het bestaansminimum dan vrouwen. Volgens het CBS komt dat doordat mannen vaker een eigen medische praktijk (medisch specialisten, tandheelkundigen en huisartsen) hebben.

nl_NL_formalNL